Duurzaam bouwen
Staalbouw = duurzaam
100% recyclebaar
C2C
Isoleren = besparen
Renewables
Subsidies
Special: Lighthouse
Special: Blue Planet
Special: ENDIS-kantoor
Duurzaamheidsvisie
Themadownloads
 

Zoeken
 


Producten
 
Downloads
 
Publicaties

      English   Deutsch   Francais 
 


Staal is 100% recyclebaar

En dat gebeurt ook met zo’n 95% van al het staal dat na demontage (sloop) van gebouwen en bouwwerken vrijkomt. Naast recyclebaar is staal herbruikbaar: op een gelijkwaardig of hoger niveau dan het oorsponkelijk gebruik. Op dit moment worden warmgewalste balken (zoals HE- en IPE-profielen) voor 51% hergebruikt. Dat kan op ‘bouwdeelniveau’, als onderdeel van een nieuwe constructie, en op ‘gebouwniveau’, als blijvende component van een constructie die zich opmaakt voor een ‘tweede leven’.


Hergebruik op bouwdeelniveau

Hergebruik van staal op bouwdeelniveau is relatief eenvoudig omdat stalen profielen en platen snel en nagenoeg in tact uit een bestaande staalconstructie zijn te demonteren door bijvoorbeeld bouten te lossen of lassen door te slijpen. Na beperkte bewerking – bijvoorbeeld het afzagen van profieleinden – is het stalen bouwdeel klaar voor hergebruik in een nieuwe constructie.

Bron: www.bouwenmetstaal.nl

 





De stalen vakwerkliggers van Bruggebouwen
West en Oost in Den Haag (ontwerp:
Zwarts & Jansma Architecten)
zijn volledig uit schroot vervaardigd.

Hergebruik op gebouwniveau

Bij hergebruik van staal op gebouwniveau zijn de ingrepen á priori nog geringer. Bij bijvoorbeeld het aanbrengen van een nieuwe gevel aan een staalskelet kan – afhankelijk van type en gewicht van het nieuwe gevelmateriaal – doorgaans worden volstaan met het plaatselijk versterken van (gevel)kolommen en -liggers.

Het renoveren van kantoorpanden met hergebruik van het casco kost 20% minder materiaal en is 25% goedkoper dan sloop en nieuwbouw. Dat blijkt uit onderzoek van DHV i.s.m. Yacht, Deerns, TNO en de architectenbureaus KOW en Cepezed. De studie is onderdeel van het Building Brains-onderzoeksprogramma. Op energiegebruik (voor verlichting, verwarming, ventilatie, koeling, pompen en tapwater) scoren de beide scenario’s ongeveer even goed.

In ons land staat momenteel zo’n 11,5 miljoen m2 kantoorruimte leeg; een kwart van de totale kantorenvoorraad. In het kader van het Building Brains-programma gingen DHV en haar onderzoekspartners na hoe renovatie van leegstaande kantoren het doet op het gebied van duurzaamheid, in vergelijking met sloop en nieuwbouw. Bij de studie is uitgegaan van een gebouw met een levensduur van 50 jaar. Bij het renovatiescenario vindt na 25 jaar een ingrijpende aanpassing plaats van inbouw, installaties en gebouwschil. In geval van sloop/nieuwbouw wordt het gebouw na 25 jaar vervangen door een nieuw gebouw met dezelfde kenmerken als de renovatievariant.

Om objectieve en aantoonbare uikomsten te genereren, zijn uitsluitend de meetbare effecten van materiaal- en energiegebruik beoordeeld. Daarnaast zijn de investeringen bij beide scenario’s meegewogen, wat een beeld geeft van de financiële haalbaarheid en -pluspunten. Het energiegebruik is berekend met het energieprestatierekenprogramma; de levenscyclus van de gebruikte materialen met Greencalc+. De kosten zijn inzichtelijk gemaakt voor de gehele levensduur van het gebouw, op grond van Total Cost of Ownership (TCO). Dat zowel de TCO als de milieubelasting door materialen bij renoveren lager uitvallen, is vooral te danken aan hergebruik van het casco. Dit gunstige perspectief was voor de onderzoekers aanleiding hun studie uit te breiden met een vergelijking – wederom op energie, materialen en kosten – van verschillende strategieën van kantoorrenovaties, zoals passief, duurzame opwekking, tweedehuidfaçade en decentraal. De resultaten van deze vergelijking worden benut voor een of twee geoptimaliseerde concepten voor energieneutrale kantoren.

Andere vormen van hergebruik op gebouwniveau, waarbij de bestaande staalconstructie nagenoeg geheel in tact kan blijven, zijn het samenvoegen van verdiepingen via trappenhuizen en vides, het invoegen van nieuwe ruimten en het toevoegen van extra verdiepingen (optoppen).


Recycling

Recycling staat voor de inzet van gebruikt staal (zoals een stalen vloerbalk of een stalen buitenplaat van een gevel) bij de productie van nieuw staal. In een elektrostaalfabriek (zoals van ArcelorMittal in Luxemburg) wordt staal volledig uit schroot vervaardigd, zonder een beroep te doen op primaire grondstoffen.

De productie van staal uit ruwijzer, op basis van ijzererts, gebeurt in een oxystaalfabriek (zoals bij Corus in IJmuiden). Bij dit proces wordt ook schroot ingezet (tot 30%) . Zowel de slak als het hoogovengas, kooksovengas en het gas dat bij de staalfabricage vrijkomt, wordt hergebruikt. Met deze gassen wordt electriciteit en stoom opgewekt.

Door drogen en vermalen wordt het hoogovenslak verwerkt tot cement, wat naast reguliere toepassingen in de bouw bijzonder geschikt is voor toepassing in maritieme, zoute en zure omstandigheden. Staalslak wordt gebruikt als balastmateriaal voor o.a. offschore pijpleidingen en wegverharding in de weg- en waterbouw.

bron: www.bouwenmetstaal.nl

 

 

 

Schematische voorstelling van de staalproductie in een oxystaalfabriek. Recycling van 100% schroot tot nieuw staal vindt plaats in een elektrostaalfabriek. In de elektrostaalfabriek wordt staal gemaakt uit schroot.

De productie van staal uit ruwwijzer is nog nodig, omdat op dit moment nog te weinig schroot beschikbaar is om aan de totale marktvraag naar staal te beantwoorden. De verwachting is dat op termijn de vraag naar staal en het aanbod van schroot gaan samenvallen.

Energiegebruik

De energie die nodig is voor de staalproductie – de zogeheten embodied energy – is afhankelijk van de hoeveelheid ingezet schroot en de deelprocessen die per halffabrikaat (profiel, buis of plaat) zijn vereist.
Het huidige energiegebruik ligt tussen 7 en 21 MJ per kilogram. De benodigde embodied energy neemt af, naarmate het staal vaker gerecycled wordt. Na vier cycli is het energiegebruik al met 40% gedaald.


Milieuprestaties gekwantificeerd

De gekwantificeerde scores van stalen halffabrikaten op de milieumaten ‘grondstoffen’, ‘energie’, ‘emissies’, en ‘afval’ zijn te vinden in het MRPI-blad Constructiestaal. Ook geeft deze BmS-publicatie de prestaties op tien belangrijke milieuthema’s, zoals broeikaseffect en aantasting van de ozonlaag.

De data betreffen vijf groepen stalen halffabrikaten: voor zware toepassingen (zoals vloerbalken), middelzware (zoals lateien), lichte (zoals raamkaders), binnenwanden, en dak- en gevelbekleding.
De gegevens komen voort uit LCA’s, uitgevoerd door Intron en zijn getoest door IVAM Environmental Research.

Bron en meer informatie: www.bouwenmetstaal.nl.